Na een (voor mij) lange nacht en een prima ontbijt, verlaten we tegen negenen het hotel. Even de tank volgooien, langs de snelweg is de benzine echt bijna 50 cent duurder per liter, dat gaat zelfs mij te ver…
We rijden volgens de route die Google ons adviseert: over de Fernpass. Het kost ons wat extra tijd, maar daar krijgen we een prachtige rit voor terug. Zo hebben we Oostenrijk nog niet gezien. Er zijn veel werkzaamheden en dus soms wat stau. Maar het is de moeite waard. Flink klimmen en haarspeldbochten. In gedachten is mijn vader bij me. Moet altijd aan hem denken als ik door bergen rijd. Ik houd ervan.

Rond half vier komen we aan op de camping. Het is behoorlijk druk, maar bij onze houten tent merk je daar weinig van. Het is geweldig. De “tent” ruikt naar nieuw hout. Ik vind het heerlijk, Rody denkt daar wat genuanceerder over. De tent ligt wel helemaal bovenaan de camping, dus naar het toilet is heen en weer dik 10 minuten. Goed voor de stappenteller zullen we maar zeggen.
We eten van wat er nog over is want alle winkels zijn dicht vanwege Pinksteren. Morgen gaan we de bergen in. Met de bus naar de kabelbaan, van daar omhoog en dan aan de wandel. Nu al zin in.




